mei 21, 2009

Senseo Senzero

De senseo ‘terugroep-actie’. De grap van 2009.

Het begint met een apparaat dat kan ontploffen. Goed, weinig kans toe, maar toch, het kàn! (Eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat dit het punt is dat ik me het minst aantrek van het hele verhaal).

Doordat ik zo een apparaat heb, word ik dan ook ergens ‘verplicht’ om naar de hulplijn te bellen, die mijn gegevens zullen noteren, en me een ontkalkingsset zullen sturen, en nadien een doos om het apparaat zélf ergens af te gaan geven.  (Ik snap dat het een hoge kost is voor Philips, dus ik wil er nog inkomen dat we dit zelf kunnen doen, ik toon begrip.whoeh.)

De eerste keer dat ik naar de hulplijn belde waren alle lijnen overbezet, dus ik kreeg het vriendelijke verzoek om naar de website te gaan om mijn gegevens door te geven, waarop ik naar de website ga, en even vriendelijk word doorverwezen naar de telefonische klantendienst, wegens het jammerlijke overbezet zijn van hun website. Hoera.

Drie dagen later bleken alle problemen opgelost te zijn, en was de telefonische hulplijn weer bereikbaar. Vlug maar bellen dan.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik kreeg direct verbinding. Maar toen begonnen de problemen.

Een perfect plat vlaams-brabants sprekende (blond klinkende, maar dat wist ik pas na een vijftal woorden) dame stond me te woord en vroeg of ze iets voor me kon betekenen. Ik was al volop voorbereid en had dan ook reeds het typenummer én de datum van mijn apparaat bij de hand. Aangezien ik zelf voor een customer service werk, weet ik dat dat handig kan zijn, dus ik begin het gesprek met “goeiedag, u spreekt met Mieke C.,  ik bel ivm. de terugroepactie voor mijn senseo, zal ik u direct mijn typenummer geven?” Vlotter kan een klant niet zijn, me dunkt, maar in plaats van een dankbare reactie, krijg ik een vrij geïrriteerde reactie (nog steeds in het plat vlaams-brabants) van “mevrouw, kijkt u eens onderaan uw senseo-apparaat, daar vindt u… blabla”, dus ik onderbreek de dame en zeg haar dat ik alles reeds bij de hand heb. Het is me na deze paar zinnen al duidelijk dat Philips waarschijnlijk extra volk heeft moeten inzetten voor deze actie, aangezien duizenden telefoontjes verwacht worden, en de (niet-)ervaren telefonistes (en/of telefonisten) reeds hun standaard zinnetjes klaargestoomd hebben (er waarschijnlijk ook van dromen) en dit ook niet bepaald met plezier doen.

Maar goed! Ik mocht uiteindelijk toch mijn typenummer doorgeven. En dan volgden -uiteraard- mijn adresgegevens. Als ik het hele gesprek zou overtypen, zou u morgen nog aan het lezen zijn, dus ik spaar u, in de mate van het mogelijke. Mijn voornaam ging vrij vlot. Mijn achternaam -ok, hij is niet makkelijk- ging al wat minder vlot, maar die heb ik eerst drié keer proberen gewoon te spellen, daarna 2 keer via het legeralfabet (”nee, mevrouw, mijn achternaam bestaat niét uit àl die woorden die ik net heb gezegd, néé.”), en uiteindelijk heb ik het opgegeven, omdat het me ook niet ZO extreem belangijk leek. Het adres ging al even moeilijk … Niet dat daar iets eigenaardig aan is, het is een doodgewone straatnaam, met een doodgewone postcode (en 2 letters, aangezien het Nederland is), en een gewone stad (hoeveel moeilijker is ’sas van gent’ dan ‘gent’?) en een land. Nadat ik  alle woorden, postcodes en land (!) 735 keer gespeld had, intussen kronkelend van de miserie op mijn net geoliede bankirai lag te kermen en mijn buren gek werden van mijn ge-Alfa Bravo Charlie Delta…. leek de bevalling bijna over te zijn, en moest ik enkel nog mijn e-mail adres geven. 

Laat ons zeggen dat het Miekebeest@apestaartje.com is.
S:  “miekebéé@…?”
M:  ”nee, miekebeest”
S:  ”o, miekepéé@…?”
M:  ”nee, miekebeest, beest, zoals het dier”
S:  ’miekewat?”
M:  ”miekeBEEST, zoals BEESTEN, zoals dieren, zoals apen, koeien, slangen, zebra’s, diéren zoals de meeste mensen zeggen, maar u kan ook béésten zeggen tegen dieren, en dus zo miekeBEEST!, begrijpt u dat???? “
S:  (geirriteerd en kort) “ja, mevrouw, maar de lijn is héél slecht! (nu plots zo) , dus u zegt miekestreepjebeest?”
M:  “Waar in ons gesprek heb ik een streepje vermeld?  àlles aan elkaar, miekebeest….”
S: “Dus Miekebeest@…”
M: “jazeker.” *diepe zucht*

Het gesprek wordt bij deze afgerond, en ik adem opgelucht uit, in de wetenschap dat ze op z’n minst mijn voornaam en adres goed begrepen heeft, en dat ze daarmee al een heel stuk verder raakt, indien mogelijk.

Een paar dagen later krijg ik een mailtje, waarin ik mijn adresgegevens moet bevestigen. Resulaat:  ”meneer (!) Mick (!)  ….. foute achternaam – foute straatnaam (ok, maar één letter fout) – juist huisnummer (hoera again!)  - foute postcode – foute stad – fout land!!!!” Met andere woorden 75% van de gegevens die ik in het AN (zonder twijfel, aangezien ik op mijn werk ben uitverkoren om de wachtlijn in te spreken) heb doorgegeven, heeft die trien gewoon verkeerd genoteerd! Maar er is een mogelijkheid om het adres te verbeteren. (we zitten aan driewerf hoera!). Dus over internet verbeter ik mijn gegevens, alleen is het niet meer mogelijk om het België -deel te veranderen naar Nederland.  Ik stuur de klanten/klachtendienst van Senseo dan ook een uitgebreide mail, waarin ik het volledig gesprek herhaal, en hen vriendelijk vraag de tape na te beluisteren, zodat ze zich toch bewust worden van de erbarmelijke service die ze bieden. Ik krijg een standaard antwoord dat mijn klacht goed is aangekomen, en dat ze zo vlug mogelijk reageren (wat uiteraard tot op heden nog niet is gebeurd, we zijn intussen ongeveer anderhalve verder ). Maar ik geef hen ook door dat ik het land niet kon aanpassen, dus dat ze me maar moeten contacteren als er verder problemen zijn.

Een hele tijd later heb ik nog niets ontvangen, en begin ik me toch zorgen te maken, dus bel ik nogmaals naar dezelfde klantendienst, waar ik een -deze keer- vriendelijke dame aan de lijn krijg, die me bevestigt dat mijn gegevens niet correct zijn daar, en dat ze ze zal aanpassen. Ze zegt me ook dat ik de ontkalkingsset binnen de week zou moeten ontvangen, en de doos binnen de twee weken, en indien dat niet het geval is, ik nog (!) eens moet terugbellen.

Maar eureka, twee dagen later valt de ontkalkingsset in mijn bus! Alles lijkt in orde te zijn…. Of toch niet? We zijn intussen alweer meer dan twee weken verder, en de doos is er nog steeds niet.

Gisteren kreeg ik plots een mailtje. Dat er ‘problemen zijn’ met het adres dat ik heb doorgegeven, of ik hen aub eens zou willen bellen….

Intussen zwaar verveeld bel ik de hulplijn dan nog maar eens, herhaal intussen mijn referentienummer, en herhaal nog eens (heel kort) het verhaal, en mijn gegevens. Waarop de dame me zegt: “o, maar u woont in NEDERLAND?, dan moet u het nederlands nummer bellen!” Waarop ik haar zeg dat ik dat intussen al ongeveer 5 keer heb doorgegeven, en dat ik ook het ontkalkingssetje in NEDERLAND heb ontvangen, en dat ik hen reeds letterlijk had doorgegeven dat ik BELGIE belde, aangezien ik zelf belgische ben, mijn apparaat in België heb gekocht, Ik 1 minuut van de Belgische grens woon, en ik bovendien ook het apparaat in een Belgische winkel terug zou binnengeven, en als  het dan nog stééds een probleem is, ze dan zélf maar eens met hun Nederlandse collega’s moeten communiceren, om hen de JUISTE gegevens door te geven.  De dame aan de lijn heeft me gezegd dat ze haar best zou doen voor me.

Ik ben ervan overtuigd dat dit nog niet het einde is van mijn verhaal, maar goed, zolang mijn senseo niet ontploft, heb ik koffie en is er geen probleem, juist toch?

mei 18, 2009

I’m a real wild child

Vorige week woensdag werd ik wakker en was mijn eerste gedachte: “Tiens, ik heb gedroomd dat ik met een krokodil heb gevochten… ik moet dringend wat minder Animal Planet kijken.”. Toen ik opstond moest ik direct weer gaan zitten wegens een rib die dwars leek te zitten. Drie volle dagen heb ik last gehad van het nachtelijk gevecht met mijn eigen zelve als krokodillentemmer én krokodil in de hoofdrol.

Deze morgen stond ik op en had ik een extreem onaangename pijn in mijn pols. Om het even welke richting ik ‘m uitdraaide, het deed pijn. Duwen, draaien, en ojee flapperen (want je probeert uiteraard allerhande zaken uit)… geen goed idee. ‘k Ben intussen -omdat het toch iets te veel pijn deed om te negeren- bij een specialist geweest, en het is iets echt, en het heeft een reden… ‘k heb een gl… ga.. g… ganglion! (niet naar prentjes zoeken, want die zijn allemaal vies, en bij mij zit het vanbinnen, dus er valt niets te zien! :)). Oorzaak: ik ram te hard op m’n toetsenbord. “Haja, maar dat is waarschijnlijk omdat ik niet blind kan typen, maar wel héél héééél snel!”. Het doet er allemaal niet toe, pols ingetapet, en gewoon ‘wachten’, want veel valt er niet aan te doen. De meest effectieve methode die ze er vroeger voor gebruikten was ‘er een vijf frank stuk op leggen en er ne klop op geven’ of ‘gewoon keihard duwen dat het opengaat’. Ik sta voor geen van de twee opties open, dus moet ik het maar, stoer met de pols in wit verband, uitzitten en minder hard op m’n klavier rammen.

En -jammer genoeg- is het niet ernstig genoeg om me een weekje typverbod te geven… Morgen gaan werken dus :)

(dit bericht is uiteraard met immense zachtheid getypt)

mei 18, 2009

Inhaalmanoeuvre

Het ging allemaal een beetje in een sprintje, die laatste posts over Thailand, maar als ik die niet deed, dan leek het alsof ik maar achter bleef hinken met mijn recente bedenkingen, en zag ik me genoodzaakt deze ergens in het weekste deel van mijn hersenen op te slaan. Het resultaat is dat er geen bedenkingen meer overschieten, en ik dus op m’n gemakje overnieuw kan beginnen.

Ik kan uiteraard een aantal zaken vlug delen:

* een zeekomkommer zou een ideaal huisdier zijn, mits het een leuke naam krijgt
* Europeanen, hoe komen jullie er op om Noorwegen te verkiezen voor het eurovisisongfestival? Het enige waar dat nummer me aan deed denken was aan het gevoel dat je krijgt als ze bij een tattoo voor de 100ste keer over hetzelfde plekje lijken te gaan. Irritant, en het enige dat je wil is in iemands hand even goed doorbijten, om het te vergeten.
* Ik wil naar Jordanië.
* Mijn pols doet pijn, bij om het even welke beweging ik maak, zelfs als ik ‘m gewoon laat hangen.  Is er een radioloog in de zaal?
* Hé! ho! Ik moet stemmen in nederland! Ik weet begot niet waarop te stemmen (alvast niet op balkenende en/of Wilders, dat lijkt me al een goed begin.)

mei 17, 2009

Similan Islands – Paradijslijk (!) Rattenhol (3)

De organisatie had ons beloofd een kamer te regelen voor drie personen op Ko Similan. Toen we er na onze traumatisch trip aankwamen bleek daar niets van aan te zijn. We hadden voor drie betaald, maar er was maar voor twee plaats. Met drie op één kamer slapen was verboden, en ze wisten van niets. De conclusie was daar heel vlug gemaakt: we moesten voor één persoon extra betalen, en aangezien er alleen maar hutjes meer vrij waren, was dat een serieus bedrag. Ze wisten echter niet wie ze voor zich hadden. A. en ik worden liever niet boos. Het is ook beter voor een ander als we niet boos worden. Want allebei worden we héél rustig als we boos zijn, maar ook héél vasthoudend. Een bulldog is er niets bij. Dus plots stonden ze voor twee heel geirriteerde dames die met papieren zwaaiden en dingen eisten. Goh, ze hebben nog even geprobeerd, maar ze hebben het uiteindelijk vrij vlug opgegeven en ons een extra kamer gegeven. We hadden er uiteindelijk ook voor betaald. punt.

En dan Similan. waarmee moet ik beginnen? Het lijkt me oneerlijk voor het eiland om te beginnen met de hutjes, dus doe ik dat dan maar niet.

Similan is paradijslijk mooi. Het water is azuurblauwer dan om het even waar, het strand is witter dan om het even waar, en de zee zit vol met vissen, koralen, allerhande zaken die ik nog nooit had gezien. Het snorkelen daar is verslavend. Je wil niet meer uit het water komen, eens je er in zit, het is zonde dat het donker wordt en dat je moet eten daar, want het enige dat je wil is snorkelen en zwemmen. Ik heb vissen gezien die ik nog nooit had gezien (en ontdekt dat ik er -hoe belachelijk- schrik van heb, niet dat dat me tegenhoudt :p) en ik heb koralen gezien die groter zijn dan mijn eigen huis.

Dus als je me vraagt: “zou ik naar de similan islands gaan?”, dan is mijn antwoord: Zeker doen, maar niet met Jack Similan tours, en boek indien mogelijk een toer, verblijf er maximum één nacht en ga zo vlug mogelijk naar ’small beach’, want daar is h’et paradijs precies wat je je ervan voorstelt.

Als je me vraagt waarom op die manier:

De tenten en hutten daar zijn goor. De matrassen zijn vochtig, de kussens zijn bijna ‘nat’ te noemen, er zit een gaas over het plafond gespannen, maar daar zitten gaten in, en doordat het eiland ook grotendeels forest is, ben jemakkelijk voer voor de muskieten. De muskieten zelf zijn daar echter het minste euvel. Er zitten ook ratten, honderden ratten.  Goed, het is een natuurgebied, ratten zijn normaal. Ik ben niet eens echt vies van ratten. Maar wél als ze ’s avonds rond je voeten komen scharrelen waar je zit te eten, omdat er niet wordt opgeruimd. (met de kikkers kon ik dan wél weer leven).

Het eten is er een ramp. Het is duur en niets waard. Ik dacht niet dat het slechter kon dan Ko Kradan, maar dat kon dus wel. Kippensoep is een soort helder ‘water’ waar een paar vlokken vet op drijven, en allerlei onderdelen van de kip in liggen die je anders nooit zou eten. Fish cakes zijn in vet gedrenkte hompjes taai wc-papier-achtige substantie, die, als je ze uitwringt, je weet vanwaar de vlokken uit de kippesoep van komen. En zo kan ik over elk gerecht verder gaan. Het ergste van alles is dat het allemaal veel te duur en koud is, en dat de plaats waar je het moet eten volgens mij van drie eilanden verder is te ruiken wegens de vuilnisbelt die achter het ‘restaurant’ (lees: refter) ligt. Haja, en dan ‘mag’ je daarbovenop enkel eten tussen 1230 PM en 1400 PM en tussen 1800 PM en 2000 PM , en als je een minuut te laat komt, dan krijg je zelfs geen kom rijst meer, ook al staat er nog een hele (koude) pot. ‘Refter’ gesloten, is gelsoten, en daarmee uit, dan moet je ‘t maar uitzingen tot de volgende schafttijd.

Similan. Een paradijs, gerund door mensen die hun opleiding hebben gehad in Alcatraz, maar nooit moesten opruimen.

Similan1

Similan2

similan3

similan4

similan5

mei 17, 2009

Phuket Paradise – Similan islands (t)r.i.p.

Phuket was zalig, maar dat hadden we dan ook voor 100% aan A. te danken. Ze heeft ons logies geboden in zowat het meest exclusieve resort daar, alwaar ik na m’n korte, maar toch extreem onaangename verblijf in Rai Leh kon relaxen.

Na een nachtje Phuket moesten we beslissen waar we heen wilden, en na wat heen en weer gedebatteer en een tip van een vriendelijke dame was de beslissing unaniem: De Similan Islands. Paradijs om te snorkelen.

Met tegenzin verliet ik ons kleine paradijsje. I. voelde er zich niet op haar gemak wegens ‘al die rijke mensen’ (waarvan ze toch dacht dat ze er anders uitzagen), maar ik voelde me er des te meer op m’n gemak. Het was een verademing, na al die eilanden eens wat ‘klasse’ te hebben, wat rust, vriendelijke mensen, … Ik zit zo niet in elkaar, en als ik een proper bed en douche heb, dan is het meer dan genoeg voor mij, maar mensenlief, is het daar even een verademing als je gewoon even àlles hebt dat je hartje wenst. Of nee, niet alleen daar, ik vind dat eigenlijk altijd leuk.

Maar goed. Op weg naar de Similan Islands dus. Little we knew dat het een trauma ging worden, want we gingen op weg naar het Paradijs, met grote P. (of dat dachten we toch.)

Toen we aankwamen aan de Tap Lamu Pier, bleek er geen boot meer te zijn naar Similan, en waren we verplicht terug te keren naar Khao Lak. We wilden echter wel onze accommodatie en boot  reeds boeken, zodat we er de volgende dag niet terug zouden staan voor niets. De speedboat bleek extreem duur te zijn, net als het verblijf daar ter plaatse, maar goed, voor een paradijs hadden we dat wel over, en uiteindelijk zat onze reis er bijna op, we hadden het wel eens verdiend.

Met dezelfde taxichauffeur die ons naar Tap Lamu had gebracht, reden we dus terug naar Khao Lak, waar ons ’s morgens iemand van het reisagentschap zou komen ophalen. Van Khao Lak hebben we niet te volle kunnen genieten, want ook daar hadden we één van de vele wolkbreuken die we al een paar keer hadden meegemaakt (ach ja, op Rai Leh hadden we er ook een paar, maar daar deed het er niet zo toe :))… Maar het guesthouse dat we hadden in Khao Lak was wel heel goed!

’s Morgens werden we mooi op tijd opgehaald aan ons hotel door een busje van ons agentschap: Jack Similan tours. (onthoud de naam voor de rest van je leven).

De lucht stond nog steeds op onweer (zwart), en aankomende op de pier bleek de zee behoorlijk wild te zijn. Voor alle zekerheid vroegen we aan de verantwoordelijke of het wel ok was om die dag uit te varen. “No problem!”.

We werden in twee groepen gesplitst. De aziaten kregen de rode boot, en wij kregen de gestreepte. We moesten allemaal onze schoenen uitdoen, en van de aziaten werd er een foto “cheeeese” getrokken voor ze aan boord gingen, die dan later op aartslelijke bordjes werd geprint tegen dat ze terugkwamen.

Toen we nog geen tien minuten onderweg waren, moesten we onze lifejackets al aan doen. Enig tegengesputter van een aantal medereizigers (een bende fransen, en wijzelf eigenlijk ook een beetje), maar we werden verplicht. De zee werd ruwer en ruwer, en zonder woorden wisselden A. en ik reeds een blik van “this is no good’. We voeren recht een storm in, en de klappen die de boot opving werden steeds erger. De mensen die vooraan zaten, waren genoodzaakt om achterin te gaan zitten, aangezien ze soms wel een halve meter hoog de lucht invlogen. (de golven waren dan ook ongeveer twee meter). Sommigen werden ziek, anderen bang.  We zaten midden in een storm en een hevige regenbui, en niets voelde nog veilig aan. Ik keek voordurend naar het scherm van de kapitein, maar zijn ‘ETA’ bleef maar veranderen van 30 minuten naar 2 uur, dus daar konden we ons ook niet op vastpinnen. Het werd zo erg dat ik één van de verantwoordelijken erop aansprak dat deze ‘trip’ me wel hoogst ‘onverantwoordelijk’ leek, aangezien er bij vertrek niemand had gevraagd of iedereen kon zwemmen, of er zwangeren waren, mensen met rug- of hartproblemen,…  De reisbegeleider probeerde er luchtig onder te blijven, maar het was overduidelijk dat hij niet op z’n gemak was, ons was toen nog niet volledig duidelijk waarom.

Intussen was de kapitein de hele tijd aan het schreeuwen door z’n walkie talkie, en was er iemand anders aan het terugschreeuwen. Iets later werd onze reddingsboei uitgegooid, o ironie, en tien minuten later, in het harte van de storm werd de boot stilgelegd. We stelden ons recht om te zien wat er aan de hand was. En daar lag het rode bootje. Of stak het rode bootje… de neus nog een meter boven het wateroppervlak, de mensen in bosjes ronddobberend op het water en er nog uitzwemmend. Op een minuut hebben we het bootje zien zinken, onze kapitein riep nog naar de jongen dat hij een anker naar de boot moest gooien, om ‘m op te trekken, maar daar zijn (gelukkig) zoveel mensen hysterisch over beginnen doen dat hij het maar zo heeft gelaten. De drenkelingen werden in een andere boot ‘gepropt’, die ook reeds overvol zat.

We moesten nog een half uur varen naar Similan, het eerste eiland dan, maar niemand had er nog zin in. Iedereen was moe, bang, getraumatiseerd en sommigen zelfs wat in shock. Een boot zien zinken is één ding, niet weten of er mensen zijn verdronken is nog een heel ander ding. Een paar uur later hebben ze ons weten te vertellen dat iedereen was gered, maar geen van de twee boten was ooit mogen vertrekken, mijn twee armen en benen er af als ik daar fout in ben.

Onthou het. Jack Similan tours. Ripoff. Nooit doen. Het enige dat er voor hen toe doet is geld. Mensen en veiligheid staan op de aller-allerlaatste plaats. (Wat nog meer bleek toen we aankwamen op het eiland waar we moesten zijn. Later meer daarover.)

mei 17, 2009

Ko Lanta paradise – Krabi – Rai leh rattenhol 2

Van Ko Lanta zijn we dan naar Krabi gegaan. De bedoeling was om daar eventueel een overnachting te zoeken, er een dagje te blijven, en van daaruit ging ik naar A., die in Phuket zat, en I. ging naar Rai Leh, om te gaan klimmen.

I. en ik hadden wel een gelijkaardig gevoel over plaatsen, want net zoals in Chiang Mai, hadden we in Krabi, toen we er aankwamen zo iets van “is dit het dan?”. En daar zijn we wat in de fout gegaan,en hebben we ons iets overhaast. We zijn eerst op zoek gegaan naar iets om te eten, wat al niet makkelijk bleek te zijn. Bijna alle kraampjes waren uitverkocht (ingewanden en kippenkoppen waren er wel nog overvloedig), en gelegenheden om te eten waren er nauwelijks. Uiteindelijk hebben we dan toch het ‘hart’ van de stad gevonden, eten, en vlak ernaast een hotel met een uitzonderlijk propere kamer, voor uitzonderlijk weinig geld.

Ik moest de dag erna in Phuket staan, en I. in Rai Leh (waar ik dus absoluut niet heen wilde), en we trachtten wat info te verzamelen. De vrouw daar ter plaatse wist ons te vertellen dat je pas héél laat in Phuket raakte, met een gewone boot dan nog, en dat het interessanter zou zijn om eerst naar Rai Leh te gaan. Na heel wat heen en weer gediscussieer, en een hoop onduidelijke informatie kregen we beiden het gevoel dat ze er ons wat op probeerden te leggen, en toen ze ons vertelden dat we ook die dag absoluut niet meer van Krabi weg raakten (wat in sé niet de bedoeling was), kregen we allebei de kriebels, en hebben we het hotel verwittigd dat we daar niet gingen slapen en zijn we op zoek gegaan naar een longtail die ons naar Rai Leh zou brengen, aangezien dat de beste uitvalsbasis leek om naar Phulet te raken. De vrouw had gelijk, maar had het niet goed uitgelegd. Overdag zijn er honderden longtails die van Krabi naar de eilanden gaan, maar later in de namiddag krijgen ze die longtails niet meer vol, en heb je te kiezen: de volle pot betalen, of wachten tot er mensen genoeg zijn die het bootje vullen en die naar dezelfde locatie willen als jij. We waren te moe en te lastig om dat af te wachten, en we hebben dan maar de volle pot (die we tot een halve pot hebben weten af te dingen) betaald om ons we te brengen. Onderweg beseften we ook waarom het zo ‘duur’ was (600 baht), want de longtail heeft er ruim anderhalf uur over gedaan ons ter plaatse te brengen, en de kans dat de man nog mensen terug mee kreeg naar Krabi op z’n terugrit was extreem klein tot nihil.

Rai Leh. Ik kan er kort over zijn. Duur, vuil, lelijk, onaangenaam, negatief in superlatief. Het komt dicht in de buurt van de schilderijen van Hiëronymus Bosch. Als hij daar geboren was, hij was gelukzalig gestorven. Je komt een strand op, waar er een hoop vuiligheid ligt, het strand ruikt naar de overpoort om 5 u ’s morgens, de mensen die er verblijven zijn een mengeling tussen yuppie en hippie, en nagenoeg alle accomodatie is er vuil. Over Rai Leh west wil ik eventueel iets positiever zijn, maar het is zo klein dat ik er geen zin in heb. Je kan een stad ook niet ‘de moeite’ waard noemen omdat er één monument staat dat ‘te doen’is.

Rai Leh heb ik dus al mopperend en al mokkend betreden. Ik ben stante pede naar een infobalie gegaan en heb gezegd: “ik wil NU weg!”, wat niet meer mogelijk was. We moésten er overnachten. Voor I. iets minder erg, aangezien ze toch wou klimmen, voor mij de hel. Ik was des duivels en heb de hele avond tot de ochtend erop zitten foeteren en zagen. Niet aangenaam voor I., die ik het gevoel gaf dat alles haar fout was, en waar ik op dat moment ook enigszins van overtuigd was. Ik heb wel (gelukkig) die avond nog een speedboat kunnen boeken, voor 900 baht (was het 2000 geweest, ik had het ook betaald), die me om 10.30 AM op ging pikken op Rai Leh west, en die me om 0100 PM ging droppen in Phuket. ’s Morgens om 9 u zat ik al met valies gepakt en gezakt te wachten op het strand van Rai Leh west, aan iedereen duidelijk makend dat ik meeging met de speedboat naar Phuket, en dat ze me moesten verwittigen als ze hem zagen. De boot was op tijd, en de tocht was een verademing.  De klasse mensen die op de boot zaten waren overduidelijk ook van een iets hogere klasse, en het deed me deugd om even het gevoel te krijgen ‘uitzonderlijk’ te zijn, na een nacht doorgebracht te hebben op iets wat ik enkel een vuilnisbelt kan noemen.

Ik was mooi op tijd in Phuket, een busje (waar ik niet voor moest betalen) bracht me naar het Evason, waar A. op me zat te wachten, die glimlachend mijn uurtje gereutel, gezaag en geklaag aanhoorde, waarna ik met een diepe zucht in haar vijfsterrenbad kroop en alles vergat.

RaiLeh1

RaiLeh2

Rai Leh. Het is maar een handdoekje op de grond te leggen, en je hebt ook strand en zee.

mei 17, 2009

Ko Kradan-Ko Lanta

Na drie dagen Ko kradan zijn we naar Ko Lanta gegaan. Ons eerste eiland dat aanvoelde als ‘iets toeristischer’. Het was nog steeds niet toeristisch, want we waren buiten het seizoen, maar toch, winkeltjes, restaurants, een hoop baaien om uit te kiezen, en een strand… een strand.. goh. Matjes uitgespreid op het strand, met een brandend kampvuurtje, tafeltjes uit bomen gehouwen en muziek van UB40 (jazeker, D.) en het klonk er zelfs zoals het moest klinken. Waar ik normaalgezien maar een paar nummers van hen kan pruimen leek elk nummer gemaakt te zijn om daar uit de boxen te schallen.

We hebben er een fantastisch resort gevonden dat volledig ‘af’ was, en meer dan z’n geld waard, en ons in het zand geploft en onze eerste coctails gedronken die ook hun geld waard waren. (Voor I. jammer genoeg niet in een kokosnoot).  Ko lanta is een ideaal oord om even te relaxen en te shoppen en gewoon even te genieten van een iets degelijkere accomodatie. Voor te snorkelen was het echter niet echt geschikt.

’s Avonds word je vergast op een vuurshow van de plaatselijke bars. De jongens die ze open houden zou je bijna ‘proppers’ kunnen noemen. Ze trachten je te overtuigen van het feit dat hun bar de beste is, en ze komen bij je aan tafel zitten, om je uit te vragen over allerhande zaken. Ze vragen je ook keer op keer om terug te komen en wat sneeuw mee te brengen, want dat hebben ze nog nooit gezien… en ze lachen als je hen vertelt hoeveel mensen er ‘maar’ in België wonen en ze vinden het hilarisch als je vertelt dat je in België in ongeveer 3 uur van de ene kant aan de andere staat… Maar ze zijn vriendelijk en niet opdringerig, en ze verwachten niets van je (ook al verdenk ik I. ervan dat ze blindelings in het propperschap van één van onze entertainers stapte en ze even vlinders heeft gezien die er niet waren :’)).

Ko Lanta, een reggae-eiland zoals het moet, zonder junks en verlepte hippies, maar met propere stranden en vriendelijke mensen.

KoLanta1

Op weg naar Ko Lanta (iets verderop is het aan het regenen)

KoLanta2

KoLanta3

KoLanta4

mei 17, 2009

Rattenhol-paradijs 1:Ko Kradan

Ik had beloofd van ‘later meer’. ‘t Blijkt heel wat later te zijn, maar zo net na je terugkomst van Thailand heb je geen zin meer om achter die computer te zitten. (Tenzij het is om je foto’s te herbekijken).

Maar goed. Het eerste rattenhol.  Dat bleek Ko Kradan te zijn. Rattenhol is eigenlijk niet eerlijk. Laten we het woord “rat’, hier linken aan de mentaliteit. Ko Kradan was zalig, maar de resorts die er huizen zijn dat absoluut niet. De prijzen die ze vragen voor accomodatie liggen dubbel zo hoog als op een ander eiland (en vier keer zo duur als op het vasteland), en wat je te eten krijgt is afwaswater of afval. Ik wist niet dat een thai een Pad Thai fout kon maken, maar in Ko Kradan heb ik dus geleerd dat het kan, zonder problemen. Op vlak van slaping heb je keuze op het eiland tussen duur, duurder en duurst. Wij namen het eerste resort, aangezien dat ook het interessantst was qua prijs (duur dus). Een uitstekende douche en ruime kamer, gecombineerd met een bed zonder muskietennet (ook geen haak om er één aan te hangen), en een matras en kussen waar allerlei piepkleine (springende) beestjes op kropen en die vrij ‘wak’ aanvoelden. Maar goed, voor de rest was het daar wel subliem om  ons onderwateravontuur te starten.  Voor het eerst in mijn leven zag ik een zeekomkommer (je mag ze aanraken!) en allerlei grote en kleine vissen. Voor het eerst in mijn leven ervoer ik ook ‘kleine kwalletjes’. Ze zijn zo klein dat je ze met het blote oog niet kan waarnemen, maar ze zijn met miljoenen (vermoed ik, aangezien ik ze niet kon zien), en ze steken je overal. Ik lag in het water te snorkelen, en heel m’n lichaam voelde aan alsof iemand er een vrij lichte maar toch goed voelbare elektrische spanning op zette. Ik dacht zelfs dat het aan mij lag… Tot ik in de boot dan toch maar voorzichtig aan m’n medevaarders vroeg of ze dat ook hadden gevoeld. (ja. Gelukkig. Ik ben niet zo gek als ik soms denk.). En voor het eerst in mijn leven heb ik ‘zeevonken‘ gezien… Lichtgevend zand!

Jammer genoeg hebben we daar niet zo veel kunnen snorkelen als de bedoeling was, aangezien we daar het begin van een te vroeg begonnen regenseizoen hebben meegemaakt, dat de rest van de reis is doorgegaan. Opeens klapte de hemel open, en ging de zee van volstrekt plat naar metershoge (soms 3 meter, zonder overdrijven) golven, het hoosde, het flitste, en de donder was zo hard dat het leek alsof het eiland bij elke klap uit elkaar kon barsten. Door de plots onbetrouwbare zee kon ik me ook eindelijk enigszins voorstellen dat een tsunami je gewoon overvalt. Je hoort een klap, de lucht wordt donker en je denkt “wauw”, en het eerste dat je wil is je zinderend lichaam koelen aan de regen en naar de zee staan kijken, die opeens van azuurblauw stil naar donkerzwart (dat bestaat!) wild gaat, tot je plots ook beseft dat het misschien wel gevaarlijk is, en je een paar stappen achteruit gaat. Goed, dat is een gewoon regenbuitje daar, wat is een tsunami dan niet…

Soit, conclusie…. Is Ko Kradan de moeite waard om eens langs te gaan? Jazeker, geen seconde twijfelen. De koralen en de vissen zijn er zo mooi, zo onaangeraakt, dat de minder positieve zaken gewoon maar ‘akkefietjes’ lijken.

KoKradan

KoKradan2

KoKradan3

De zeekomkommer! Wat een schattie :’)

KoKradan4

maart 24, 2009

Thailand: Van rattenhol naar 5 sterren naar rattenhol.

Veel tijd heb ik hier niet, dus meer info komt later. (Ook al heb ik een fantastisch kla4 hier, maar 80 Baht voor een half uurtje is me net iets te veel)

Ik kan mezelf alleen maar helpen door het verder verloop hier even chronologisch neer te typen, zodat ik binnen anderhalve dag maar aan te vullen heb.

Van Ko Muk gingen we naar Ko Kradan. PRACHTIG snorkelen daar, maar de accomodatie was niet echt fantastisch. Veel te duur voor wat het maar was.  Van Ko Kradan hebben we dan de boot genomen naar Ko lanta. Superrelaxed, het eerst *toeristisch* strand dat we aandeden, dat toch een heel leuke sfeer uitstraalde, en waar tegelijkertijd de toeristen elk een plekje hebben, zonder elkaar in de weg te moeten lopen.  Van Ko Lanta zijn we dan naar Krabi gegaan, waar we direct een longtail hebben gecharterd voor ons tweetjes naar Railay… Van in den beginne was me gezegd: “Ga er NIET heen, het is er Merde, het is er verschrikkelijk, er zitten hippies, er zitten verslaafden, het is er niet mooi……. ” .. genoeg info en verwittiginjg om niet te gaan, maar de vrouw die we aanspraken in Krabi vertelde me dat er maar 1 manier was om in Phuket (waar ik met A. had afgesproken) te raken, en dat was via Railay.

Ik kwam, ik zag en ik werd ziek. Bijna letterlijk. Ik vermoedde dat hetzowat het goorste hol was dat heel Thailand had. Maar het kon erger.

Later. 30 min op.

maart 18, 2009

Hier aan de kust, de Thaise kust

… is het warm, nog steeds. Maar houdbaarder dan in Sukhotai (heet) en Bangkok (broeierig).

We zijn vanuit Bangkok vertrokken, met het oog op een rondreisje, via Ko Samui. We hadden onze nachttrein reeds geboekt, halte Surat Thani, maar op de trein zelf begon mijn medereizigster te twijfelen aan zowat elke kuststad die er bestaat in Thailand (hitte kan veel doen), dus hebben we op het allerlaatste moment besloten om toch niet af te slaan richting Ko Samui, maar door te rijden, richting Trang, alwaar we reeds aan de westkust zouden zijn.

De nachttrein was alweer heel behoorlijk, we hadden een grappig, niet verloofd, Thais koppeltje bij ons in de trein, maar de airco stond alweer zo hard, dat ik vermoed dat mensen met een volle baard er de volgende morgen ijspegels af kunnen trekken.

In trang is de reis begonnen. Van daaruit hebben we een minibusje (volgestouwd met duitsers) te pakken gekregen dat ons kon afzetten aan de kustlijn, waar we een longtail richting Ko Muk hebben genomen.

Ons eerste beelden van *Paradise beach* vielen wat tegen. We vaarden met de longtail richting een fantastisch oord, met parelwit zand, uitgedunde palmbomen, lichtjes wuivend in de wind, azuurblauw water, en vaarden er voorbij.

De ingehouden zucht werd bij eenieder in de longtail zwaar teleurgesteld uitgeblazen, en 2 minuten nadien werden we gedropt aan het tegenovergestelde. Een *strand* van 1 meter diep, 10 meter breed, vol vuilnis, de hutten waren zelfs geen hutten te noemen, het waren wat planken, waarvan en groot deel op zee dobberde, wegens net afgebroken. Een aantal mensen klemden zich in volle verwarring vast aan de longtail, een aantal begonnen te lachen -uit pure miserie dan wel- een aantal vuurden tientallen vragen af op de -enkel thais sprekende- kapitein van de longtail, die intussen de laatste vastklemmers had zien los te wrikken van zijn vaartuig, en zich uit de voeten maakte.

Al vlug echter bleek er zich een Zweeds sprekende Mozes over de bende te ontfermen. Hij maande de verwarde groep an tot kalmte en riep ons toe dat onze resorts zich op de andere eiland bevonden. De zee was te wild om tot daar te varen. (Ik blijf erbij dat het en leugen was, angezien de zee pokkekalm was). Na anderhalve kilometer wandelen, met en zware rugzak op onze schouders, in de broeierige hitte van een soort mini-regenwoudje bereikten we ons strand en aaaaaaah…

Paradise., finally

dsc_0395