Koprolleke

papa1.jpg

Het heeft allemaal te maken met loslaten… en het niet willen. ‘k Had het reeds op voorhand gezegd dat Oostenrijk me pijn ging doen, maar ik kwam terug en het ging verbazingwekkend goed.

M’n geest heeft me enkel in het ootje genomen. Het gaat niet goed, het gaat slecht.

Wat is het dan voor me? Het is een hele rits van gevoelens en herinneringen, vooral aan m’n vader en m’n moeder tesamen.

Ik herinner me een spelletje.Ik ben een jaar of zeven denk ik. We lopen ergens in Ramsau, en de bossen liggen links van ons. De dennenaalden kraken onder onze voeten en m’n vader wijst me op de planten en bloemen. Hij kent alle namen en vertelt er verhaaltjes over. Soms blijft hij staan, en wrijft iets tussen zijn handen, en dan moet ik ruiken. Meestal ruikt het lekker. Een andere keer blijft hij staan om me een wilde framboos te plukken. Ik vind ze ongelofelijk lekker, ’t sap blijft aan m’n lippen plakken zodat ik er nog een paar minuten nadat ze op is kan van nagenieten.

Als ik me even ga vervelen ga ik jengelen dat ik ‘koprolleke’ wil doen. Dan nemen mijn ouders elk een hand vast, rennen ze even, en dan doe ik een koprol tussen hen in… “hup! door de lucht!”. Ik schater door de stilte van het bos, en ik krijg er nooit genoeg van. Dan gaan ze dingen gaan uitvinden om me weer rustig te krijgen.

M’n vader zegt dat hij wil wedden met me dat ik geen vijf minuten stil kan zijn. Ik speel het spelletje met hem mee, ik vind het leuk als hij me aandacht geeft. Ik “boe” en “baaaa” een beetje en neem de weddenschap aan. We lopen rustig verder, en ik pers m’n lippen hard op elkaar opdat zelfs het kleinste zuchtje niet opeens uit m’n mond zou schieten. Ik kijk af en toe m’n mama aan, en die glimlacht. M’n vader echter kijkt alsof het me niet gaat lukken. “Wacht maar!” We komen intussen de kilte van het bos uit en komen aan in de binnenstad. Het is gloeiend heet tussen de binnenmuren van de stad. Mensen passeren ons en zeggen “Grüssgott”. M’n papa weet dat ik het heerlijk vind als ik het terug kan roepen naar hen. Maar ik hou m’n lippen op elkaar. Het is lastig en oneerlijk, maar het zal me lukken, lang kan het niet meer zijn. En dan komt het verlossend moment. M’n vader zegt: “nog één minuut en je hebt gewonnen.”. Ik huppel even, m’n rokje fladdert om m’n benen, ik kijk verlangend naar de passerende voetgangers. Ik probeer hen met een blik duidelijk te maken dat ik straks ZO luid “Grüssgott” roep dat ik al hun gemiste groeten weer goed maak. En plots zegt m’n vader: “ja!!! je hebt iets gezegd!!!!”. Waarop ik roep: “NIET WAAR!!!!!!”. Twéé seconden nog, en ik had gewonnen. Ik heb me op 4.58 seconden laten vangen… Ik ben toch wel even boos geweest op hem, net als m’n mama, we hebben even samengespannen, en ik denk dat hij zich best wel wat schuldig voelde ook, maar toch, ’t was leuk. Hij gaf me een herinnering, en later, later zal ik ’t ook doen met m’n kinderen, en ze mogen ook boos zijn op me dan :).

En zo zijn er duizenden herinneringen uit Oostenrijk. Daar was hij gelukkig, daar was ik gelukkig, daar waren we samen gelukkig, met ons drietjes. Als ik kon, ik stak al m’n kleine herinneringen in een doosje en ‘k kroop er zelf bij.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blogging

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s