Een traan voor Annick.

annick.jpg 

Het is weer zover. Er heeft weer een kwalijk virus ons klein landje bereikt, onder de noemer: freak. zot. eikel. woesteling. bruut. moordenaar. moordenaar. moordenaar.

Vorige week kwam ik thuis na een leuk avondje stappen, en ik had mail. Ik open ‘m, en intussen zet ik de herhaling van het journaal op. Een mail van M. Ik lees: “… maar de reden waarom ik u mail is, hebt ge al op het nieuws gezien en
gehoord van da meisje da vermist is in Diest: Annick Van Uytsel? da is dus Eddy’ke zijn dochter he!! …. ”

En op ’t moment dat me al half de adem ontnomen wordt, hoor ik op tv de lokroep van een wanhopige moeder. De mama van Annick. En ernaast ‘Eddy’ke’, papa van Annick, ex-collega van me. Beide ouders een vat vol verdriet, m’n goedlachse, lieve, warme, vaderfigurige, schat van een ex-collega Eddy, apathisch en verloren van de pijn, op tv, onzichtbaar huilend van het verdriet om een verdwenen dochter.

Jah, en wat gaat er dan door je heen. Pijn, ongeloof, woede, verdriet, en je gaat gaan denken, je laat je hersenen openbarsten en laat scenario’s door je hoofd passeren die je niet wil zien. En je hele psyche schreeuwt om een mooie oplossing, maar je weet dat dit gezin te stabiel is voor een ‘wegloperke’, en je beseft dat ze al te hard gezocht hebben om haar ‘gewoon over het hoofd te zien omdat ze misschien ergens gevallen is en niet meer recht kan.

En elke dag die passeert schieten dezelfde scenario’s die je niet wil zien door je hoofd, en denk je: “het is niet goed, maar wie weet, wie weet komt het goed.”. En dan kom je thuis en hebben ze een zak gevonden in het albertkanaal, en denk je: “nee. dat gebeurt niet met iemand die ik ken.”. En dan sta je de volgende morgen op en hoor/lees/zie je dat je mind wat heeft zitten fucken met je, want jà, er bestaan écht wel slechte mensen. Er zijn mensen die erin slagen om een onschuldig meisje, die gewoon naar huis fietst, naar haar ouders, naar haar veilig nest, van haar fiets te sleuren (of hoe het ook is gebeurd) en haar pijn te doen, haarzelf en iedereen om haar heen het mes op de keel te zetten en haar te beroven van het leven. En dan word je boos, want daar kan een gezond mens niet bij.

Ergens loopt een moordenaar rond. Ergens loopt iemand rond die iemand die ik graag zie heeft pijn gedaan. Ergens loopt iemand rond die iemand die ik graag zie iemand heeft ontnomen op een brute, laffe, platvloerse manier. En ik heb er maar één boodschap voor:

Ik hoop dat ze je bij je nekvel grijpen. Ik hoop dat ze een gepaste straf vinden voor je. Ik hoop dat ze je het leven in het gevang zo zuur maken dat je wenste dat je nooit geboren was. Dat hoop ik. Geen straf kan erg genoeg zijn voor je.

 Ik ben de kleine dochter van Jaïrus.
Ik lig hier op een veel te grote baar.
De dood zit in mijn ogen en mijn haar,
dat, nu de krul eruit is, zonder zwier is.

Ik mis mijn pop, die nu zij niet meer hier is,
slaapt als ik slaap, de vingers in elkaar.
Ik weet dat twee en twee te zamen vier is,
maar nu ik dood ben, is dat niet meer waar.

Waarom had ik daarstraks ook weer verdriet?
Er zou een man die toveren kon, komen,
mij beter maken, maar toen kwam hij niet.

De mensen op het dak en in de bomen
gingen naar huis, maar ik blijf van hem dromen.
Morgen ben ik de eerste die hem ziet.

– Ed Hoornik-

1 reactie

Opgeslagen onder Blogging

Een Reactie op “Een traan voor Annick.

  1. Pingback: Een traan voor Annick (2) « Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s