De balans van kerst.

Ik heb zo ongelofelijk veel zin om slecht geluimd rond te lopen, maar het lukt me niet, want ik ben nog te goed geluimd. Ik weet niet hoe het komt. (de zin om slecht gezind rond te lopen) Aan het weer ligt het niet, daarvoor is het te koud, fris en bleek weer. De periode. Uiteraard, de periode. De mensen die ik ken/tegenkom lopen verdeeld te wezen over ‘de periode’. De ene zegt “ach, het is zo’n hartverwarmende periode, iedereen koopt cadeautjes en brengt tijd door met z’n familie.”…. Maar diegenen die dit zeggen zijn wel in de minderheid, want de meesten zeggen “kloteperode. Veel eenzame mensen, veel miserie, slecht weer, geld uitgeven aan mensen die het niet verdienen, geld tekort hebben door het te moeten uitgeven aan nutteloze zaken, de leukste familieleden zijn er niet bij want ze zijn er niet meer, kloteperiode.”. Ik neig in de richting van de laatste groep. Ik heb elk jaar zin om me met kerst en oud op te krullen in de zetel en gewoon ronkend onder een berg dekens door te brengen. Ik zou me er niet slecht bij voelen, maar de wereld om me heen zou zo aan me sleuren “Allez jong, je gaat dat nu toch niet alleen doorbrengen?” dat ik het niet doe. En ook wel omdat ik er niet écht zin in heb doordat mijn onderbewustzijn het wat zielig vindt. Stom onderbewustzijn.

Maar goed. Kerst dit jaar was wel leuk. Veel cadeautjes gegeven, geld uitgegeven aan mensen die het verdienen, geld uitgegeven dat ik niet kan missen, gelukkig geen familieleden missen die er niet meer zijn, maar wel een vader, dus dat behelst het hele begrip om serieus genoeg te zijn, van het weer heb ik geen last en zelf heb ik ook al een resem cadeautjes gekregen, en er komen er nog aan, en cadeautjes vind ik leuk! Dus al bij al lijkt de balans van positief naar negatief te zwiepen, en is hij -als we daar het gemiddelde van nemen- ergens wel in balans.

Kerst was vooral ook semi-dramatisch! Ik was bij L. en W. en R. en R. en M. en M. Waar voor mij alles van een leien dakje liep, was dat voor L. niet altijd zo, want de kinders waren te wild. Ik heb minstens vier keer gehoord: “Zie je! Dààrom moet kerst bij MIJ zijn, daar hebben ze ruimte en zo…”. Ze had wel gelijk eigenlijk. ’t Is niet dat de kinders dan minder wild zijn, maar doordat ze zo een ruime woonkamer heeft, lijkt het alsof het lawaai dat ze maken niet rechtstreeks in je oor gekatapulteerd wordt, maar ergens in de ruimte kracht verliest, en met een doffe plof ergens in je oorschelp neergevleid wordt (behalve natuurlijk als de kinders zelf in je oorschelp kruipen, dan heb je dat effect niet). Dan moet je je nog es voorstellen dat L. eigenlijk zo’n goeie … euh… 50% dover is dan ons, dus ja… ze had gelijk.. Het was lawaaierig, en ik vind de kinders zelf ook stukken rustiger bij hen thuis, zelfs braver, doordat ze minder ‘lastig’ lijken (het lastig ligt aan onze invulling). Maar toen R. en R. (de kinders) hun cadeautjes kregen, was het opeens allemaal in orde (alhoewel het ene cadeautje een soort catalysator leek om naar het volgende cadeau te vragen). Ik herken die fase van een ander stel kinderen dat ik ook meemaakte. De ‘onbeleefde’ fase. Ze weten nog niet dat hun eerlijkheid ons voor de borst stoot, hen interesseert het enkel dat het ‘nog niet gedaan’ is. De grootste vroeg constant naar ‘nog’ en de kleinste opende gewoon wat hij tegenkwam en nog strikjes en ‘lakskes’ had. Leuk toch, zo niet kunnen omgaan met het onbegrensde van kinderen, door alles wat je zelf ooit hebt opgelegd gekregen….

Maar goed. Als dat alles voorbij was en de kinders in hun bed lagen, zorgde W. voor de ‘grand finale’ of de avond. Hij werd plots bleker met de minuut, begon meer en meer naar z’n keel en hals te grijpen, en nadat we verschillende keren hadden gevraagd wat er aan de hand was, kwam er dan toch uit dat hij zich absoluut niet lekker voelde en dat het misschien geen slecht idee was om naar spoed te rijden. Aangezien W. gemiddeld 1 keer per 2 jaar naar de dokter gaat, als ik L. moet geloven, moest het dan toch al ernstig zijn. Een niet te verwaarlozen feit is dat W. een allergie heeft, die als ze opkomt, direct moet behandeld worden door een geneesheer. Dus wij naar spoed, waar W. na 20 minuutjes wachten binnen mocht. Zijn echtgenote L. mocht absoluut niet mee, en W. kreeg, na het uitleggen van zijn symptomen, achtereenvolgens te horen dat 1 “ze wel veel werk hadden” (wilden ze duidelijk maken dat hij hun tijd kwam verdoen) en 2. “dat hij maar een dafalganneke moest nemen” (wilden ze dubbel laten uitschijnen dat er niets aan de hand was). De nieuwe aanpak van spoed? Geen idee, maar heel erg grappig was het allemaal niet. Ik ben met een relatief ongerust hart die nacht nog van Aalst naar Gent gereden, waar ik de volgende morgen te horen kreeg van L. dat het dafalganneke dan toch enigszins had geholpen. Wat er aan hand was, zullen we waarschijnlijk nooit weten, maar wat ik wél weet is dat ze mij niet zo makkelijk naar huis hadden kunnen sturen als W.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blogging

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s