Een traan voor Annick (2)

Lieve Annick,

5 mei 2007.

Zo lang is het ‘al’ en ‘nog maar’ geleden. Toen schreef ik de eerste keer voor jou, en voor je ouders.

Vooral voor Eddy. ‘Onzen Eddy’ voor de (ex-)collega’s. Als ik aan je vader denk, Annick, dan kan ik een glimlach niet tegenhouden: Gezapig, lief, behulpzaam, graag gezien, warm… Niet dat dat  veranderd is, denk ik… Ik kan het me niet voorstellen. Maar iets is veranderd. Jij bent er niet meer, en samen met jouw verdwijnen is er iets in zijn ogen verdwenen. Dat lichtje dat mensen in hun ogen hebben. Hoop, plezier, inzicht in het leven en weten dat het om de kleine dingen gaat. Dat heb ik zien verdwijnen, elke keer als ik een foto van hem zag op tv, in de krant,… Dat is ‘m afgenomen.

En dan heb ik het nog maar enkel over je vader, want wat het voor een moeder moet zijn, dat wil ik me zelfs niet voorstellen. Niet omdat het erger is voor een moeder, maar omdat ik zelf een vrouw en potentiële moeder ben. En dat dit dingen zijn waar je niet over wil en mag en kan nadenken, daarom. Een moeder moet haar kind zien opgroeien. Moet puberteit doorworstelen, moet de tranen van het eerste hevige liefdesverdriet opvangen, moet een voorzichtige knuffel kunnen geven op een moment dat het niet meer gepast maar o zo gewenst is, moet haar dochter kunnen afstaan aan een partner die ‘best wel ok is’. Een moeder moet haar dochter kunnen lossen en de deur laten uitgaan met de zekerheid dat ze terugkomt, want dat is waar moeders voor zijn, voor het terugkomen. En dat is haar afgenomen.

Het is vechten. Ergens was ik opgelucht. “Ze hebben hem”. “Er is iemand om boos op te zijn, eindelijk.” Ik heb dat nodig. Boos kunnen zijn op iemand. Niet meer in het wilde weg moeten zoeken naar een “wie heeft dit gedaan en waarom?”. De wie is er. Het waarom, ach, ik wil het niet weten, ik wil het niet snappen, ik wil het niet horen.  Je bent niet gek, Ronald G., want als je dat was, dat wist je niet wat je deed. En dat wil ik niet. Ik wil dat je heel goed weet wat je deed. Ik zie je liever als koelbloedige moordenaar, zodat je een even koelbloedige straf krijgt. Maar je bent me de woede niet waard. Je bent  niets waard. Je bent een nul.

Annick en haar gezin. Zij zijn het belangrijkste nu, en het hart dat we hen toedragen. Want ook al ben ik een verwenser, ik kan verwensen en ver-wensen. En ik wens nu dat Eddy en zijn gezin een plaatsje vinden voor dit alles. Onrecht dat je is aangedaan, dat vergeet je niet, en vergeef je niet. Daar kan je alleen maar mee leren leven…. en pijn zal het altijd doen, en dat mag. Ik heb geleerd dat je van pijn ook kan groeien, als persoon. En dat hoop ik, en wens ik. Dat ze hier samen uit kunnen komen en weten dat hun dochter, als ze het nog één keer zou kunnen zeggen, nu zeker niet zou schromen om te zeggen: “Ik zie jullie graag”.

OP EEN DAG

Op een dag doet er niets nog toe
Op een dag ben je zoveel kwijt
Dat niets meer uitmaakt
Op een dag
Is een mooi landschap al genoeg

Of een onschuldig gezicht
Ergens gezien in het voorbijgaan
Op van die dagen zonder herinnering
Van die dagen die zomaar verdwijnen

Op een dag
Doe jij
Doe jij er altijd toe

Jouw gezicht is een mooi landschap
Jouw landschap is een mooi gezicht
Jouw omarming is een gedicht
Op een dag
Lijkt alles verloren

Op een dag
Doe jij
Doe jij er altijd toe

– Frank Boeijen-

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Blogging

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s